doopceel gelicht...

 

Mijn passies zijn schrijven en folkmuziek. Sinds 2006 ben ik actief als schrijver van korte verhalen, gedichten en romans. Al meer dan veertig jaar sta ik op het podium als folkmuzikant, sinds een jaar of twintig als zanger/snarenman van folkband Navenant. 
Bestuurlijk  ben ik (nog) actief als lid van de Raad van Toezicht van Nieuwe Nobelaer, het bruisende culturele hart van Etten-Leur en als klachtenbehandelaar van Volksuniversitei Breda. 


Ik ben op 13 januari 1948 in Princenhage bij Breda geboren als oudste zoon van een Litouwse moeder en een Nederlandse vader.
Het verschil tussen hun werelden was groter dan de afstand van 1600 kilometer tussen Vilnius en Breda doet vermoeden. Mijn vader, geboren in een katholiek gezin in Etten-Leur, was net als zijn vader bouwkundig aannemer. Mijn moeder was dochter van (Azkenazisch) Joodse ouders. In WO II werd ze na werkkampen in de buurt van Vilnius  gedeporteerd naar Riga en van daaruit naar het concentratiekamp Stutthof. Zij behoorde tot de paar procent Litouwse Joden die de Shoah overleefden. Dat maakt het extra wrang dat ze op haar 32ste aan een kraamvergiftiging bezweek. Ik was toen negen.

Na de HBS-A, in de tijd van Provo, witte fietsenplan en studentenprotesten, eerst twee jaar Politicologie gestudeerd aan de UvA, gevolgd door viereneenhalf jaar Sociologie en Criminologie aan de KUB. Op bevrijdingsdag 1972 - 5 mei-  stonden de rododendrons langs de Oude Tilburgseweg in bloei om mijn afstuderen extra luister bij te zetten. Alle vlaggen hingen uit. Ik heb  10 jaar als manager gewerkt in welzijnsland en nog eens 25 jaar als manager volgemaakt in het hoger beroepsonderwijs. Sinds 2006 manage ik alleen nog mijn eigen tijd. 

Al bijna dertig jaar gelukkig  met Ineke Beemster en vader van Ilja en Eva, schoonvader van Andrea en Edwin en trotse Opa Hoed van vijf kleindochters: Evi, Sasha & Jessie, Nina en Lotte.